Film-O-Rama Beter Beeld & Geluid, home cinema Nieuws Buis Agenda Bios Welbeschouwd Columns Film-O-Rakel Film-O-Rama Afmelden Profiel Aanmelden Registeren

 
beeld dat beweegt

18/11/2010

Des hommes et des dieux (MAG JE NEGEREN)

Sfeervol existentialisme

In de nacht van 26 op 27 Maart 1996 werden zeven trappisten ontvoerd uit hun klooster in het Noordelijke Atlasgebergte van Algerije. Twee maanden later werden hun hoofden gevonden, wat er met hun lichamen is gebeurd, is tot op heden onbekend. Verantwoordelijk voor de moord was de Gewapende Islamitische Groep (GIA), die in de jaren ’90 een bloedige burgeroorlog voerde tegen het seculiere bewind in Algiers, een oorlog die aan meer dan 100.000 Algerijnen het leven kostte. De ontvoering kwam niet uit de lucht vallen, zeker niet. De monniken waren in de aanloop ernaar verschillende malen gewaarschuwd. Toch kozen zij ervoor in Algerije te blijven en hun lot af te wachten.



Waarom en hoe de broeders van het Onze Lieve Vrouw van de Atlas-klooster tot hun fatale keuze kwamen, is het centrale vraagstuk in het Franse drama Des hommes et des dieux. De film van regisseur Xavier Beauvois ontketende een bescheiden rage in Frankrijk: Des hommes et des dieux werd door meer dan 3 miljoen bioscoopgangers bezocht, won zowel de César voor Beste Film van 2010 als de Grand Prix de Jury in Cannes en zorgde voor een golf van interesse in het kloosterleven en de burgeroorlog in Algerije.

Des hommes et des dieux is geen actie- of oorlogsfilm, zelfs geen thriller. De film is langzaam, diepgaand filosofisch en zelfs theologisch van aard, niet direct elementen die garant staan voor een kaskraker - zelfs niet in Frankrijk. Beauvois’ succes is te verklaren door zijn extreemrealistische weergave van het klooster- en dorpsleven in het noorden van Algerije en bovenal door de sfeer van reflexieve rust en religieuze overgave in het leven van de monniken. Beauvois gebruikt lange, ondanks de winterkou soms broeierige shots van biddende, Bijbellezende en zingende trappisten als contrast tegenover een land dat wordt verscheurd in een orgie van geweld en bloedvergieten. Toch wordt de film nooit saai, integendeel, het trage ritme is juist een boeiende en bevredigende afspiegeling van het dagelijkse leven van de monniken.

Als de broeders op Kerstavond 1995 worden opgeschrikt door een eerste nachtelijke inval van jihadistische GIA-strijders, staan zij voor de keuze: blijven of vertrekken, veiligheid of gevaar, leven of dood. Het is tijdens de weergave van dit besluitvormingsproces dat de Franse acteurs, met name Michael Lonsdale en Lambert Wilson, een onvergetelijk prestatie neerzetten. Niet alle monniken willen blijven en de motieven om dat wel te doen, zijn zeker niet altijd altruïstisch. Zo geeft Broeder Michel eerlijk toe dat hij niets en niemand heeft om naartoe te gaan, mocht het tot een vertrek komen. En ook het op het oog zo nobele streven te blijven en de dorpelingen bij te staan – het klooster doet dienst als het enige ziekenhuis in de wijde omgeving - geeft blijk van een nogal paternalistische blik van de Franse monniken op de Algerijnse samenleving: de arme dorpelingen die niet voor zichzelf kunnen opkomen, moeten door ons worden geholpen. Of zoals Broeder Jean-Pierre het wat meer Bijbels uitdrukt: “De goede herder laat zijn kudde niet in de steek als de wolven komen.”

In zekere zin is deze kritiek ook toe te passen op de filmindustrie en het Franse publiek. Blijkbaar is een film over de burgeroorlog in Algerije pas het produceren en bekijken waard wanneer de slachtoffers Fransen zijn, monniken – des hommes de dieu – nog wel! Het koloniale verleden in Algerije - oorlog, martelingen, racisme – in ogenschouw nemend, is het blijkbaar teveel gevraagd te hopen op een film waarin de Fransen hun eigen misdaden aan de kaak stellen. Ook kun je je afvragen of de katholieke kerk er niet erg heldhaftig vanaf komt, gezien haar eigen (recente) verleden, zeker in vergelijking met de islam, in wiens naam Algerije wordt geteisterd door sektarische terreur en massamoord. Aan de andere kant toont de film hoe de katholieke broeders in perfecte eendracht en harmonie leven met de islamitische dorpelingen. Is het realistisch aan te nemen dat alle bewoners gelukkig zijn met het christelijke klooster in hun dorp en dat de guerrillastrijders van de GIA uitsluitend buitenstaanders zijn?

Deze overwegingen van politiekhistorische en macrocinematografische aard zullen wellicht voor de meeste Nederlandse filmliefhebbers niet erg relevant zijn, maar in Frankrijk zijn zij wel degelijk aan de orde geweest, met name in de progressieve pers. Gelukkig heeft ook regisseur Xavier Beauvois zich er op voorhand niet door laten beïnvloeden. Had hij dit wel gedaan, waren wij wellicht verstoken gebleven van deze diepsfeervolle film, existentialistisch in de traditie van Sartres Les jeux son faits. Weinig bioscoopbezoekers zullen ooit voor een dergelijk moeilijke keuze komen te staan, maar de moed, twijfel en soms wanhoop in het keuzeproces van de trappisten en de ultieme prijs die zij uiteindelijk voor hun liefde en trouw aan hun geloof en principes betalen, zetten aan tot denken en blijven de kijker lang bij. De keuze van de monniken het voorbeeld van Jezus Christus te volgen (“De discipel is niet verheven boven zijn meester,” legt Broeder Jean-Pierre uit), leidt er onvermijdelijk toe dat zij zijn lot delen, waardoor hun martelaarsdood uiteindelijk een 'self-fulfilling prophecy' wordt.

Naam:
E-mail:

Uw e-mailadres wordt niet getoond.