Door Arnoud Goos
31/12/2010
Last Men Standing
De filmgeschiedenis is gevuld met grote filmsterren die een film met gemak wisten te dragen en het publiek de zalen in wist te trekken. De ultieme filmster lijkt al jaren op zijn retour en de hoogtijdagen van een Tom Cruise (dit jaar Knight and Day), een Kevin Costner (dit jaar The New Daughter) of een Mel Gibson (dit jaar Edge of Darkness) lijken voorbij, en het tijdperk van de Cary Grants, James Stewarts, Paul Newmans en de Robert De Niro’s ligt eveneens diep in het collectieve geheugen. Toch waren daar in 2010 drie sterren die wel deden waar ze goed in waren, namelijk het voor een ster typerende ‘stralen’. Drie maar, want in 2010 werd het schrijnend duidelijk dat de filmster van weleer niet meer dezelfde aantrekkingskracht bezit als in de ‘goede oude tijd’.
Naast de hierboven genoemde Cruise, Costner en Gibson stelden meerderen grootverdieners in Hollywood danig teleur. Johnny Depp kwam met twee matige films - Alice in Wonderland en The Tourist - en ook Bruce Willis heeft in betere films gespeeld dan Cop Out en Red. Verder had Denzel Washington geen sterk jaar met de films The Book of Eli en Unstoppable. Ook Julia Roberts maakte geen geslaagde comeback als grote ster en haar films Eat, Pray, Love en Valentine’s Day behoren zeker niet tot de juweeltjes van het jaar. Een uitzondering is Nicolas Cage, die van grote actieheld dit jaar een succesvolle stap terug deed. Niet alleen speelde hij een erg intense en goede dramatische rol in Werner Herzogs The Bad Lieutenant: Port of Call - New Orleans, ook deed hij er goed aan wat bijrollen te spelen waarin hij ruimschoots de kans kreeg zich van zijn komische kant te laten zien. De lichtelijk maffe tovenaar in The Scorcer’s Apprentice was leuk, maar vooral zijn maffe superheld met snor in Kick-Ass was tegen het briljante aan.
Waar de gevestigde orde een flinke steek liet vallen, zou eigenlijk ruimte moeten ontstaan voor een nieuwe generatie filmsterren. De jonge en populaire hoofdrolspelers zullen zich echter eerst moeten bewijzen voordat zij als filmster door het leven mogen gaan. Daniel Radcliffe mag dan wel de cast aanvoeren van een belachelijk succesvolle filmreeks, heel veel meer heeft de jonge tovenaar ondanks zijn duidelijke groei als acteur nog niet laten zien. Robert Pattinson is erg populair als vampier in de Twilight-films, maar ondanks zijn niet onverdienstelijke rol in het oversentimentele Remember Me, zal hij zijn projecten zorgvuldig moeten kiezen. De in 2011 uitkomende dramafilms Bel Ami en Water for Elephants kunnen hem wellicht doen uitstijgen boven zijn populaire franchise. Iets waar Zac Effron dit jaar duidelijk niet in slaagde. Immens populair bij een jonge generatie door zijn High School Musical-films bleek hij de stap naar grotemensenfilms maar moeilijk te maken. Me and Orson Welles werd dan wel redelijk goed ontvangen in de pers, het was vooral Christian McKay die als Welles opzien baarde. Nog confronterender was dan ook het misbaksel Charlie St. Cloud waarin hij het vrijwel in zijn eentje moest proberen (Kim Basinger en Ray Liotta in erg kleine rolletjes), maar als rouwende tiener met een zesde zintuig niet kon overtuigen.
Na al die negativiteit is fijn dat ik toch positief kan afsluiten met, zoals de titel van het stuk al verklapte, de Last Men Standing. In 2010 bleek namelijk een drietal sterren flink te stralen met per ster meerdere films. Ten eerste was daar Leonardo DiCaprio wiens naam dit jaar prijkte bovenaan twee posters van twee van de beste films van het jaar. De voormalig passagier van de Titanic en tieneridool speelde de hoofdrol in zowel Martin Scorsese’s Shutter Island als in Christopher Nolans Inception. Beide rollen tonen aardig wat overeenkomsten, maar het maakt de intensiteit van DiCaprio’s vertolkingen er niet minder om. Bovendien verdient DiCaprio het label filmster door zijn uitmuntende neus voor goede films (wanneer zag u DiCaprio voor het laatst in een slechte film?).
Ook sterk op de voorgrond dit jaar was George Clooney. Opgewerkt van soapie tot politiek geëngageerd filmmaker, speelde hij dit jaar twee erg sterke rollen in Up in the Air en The American. Twee films die het vooral moesten hebben van de sterke rol van Clooney. Twee serieuze rollen dus. Ook zagen we Clooney dit jaar in een serieuze rol als gastheer van de live televisieshow rondom het geld inzamelen voor Haiti. Hiermee laat Clooney zien dat hij zijn rol als filmster in positieve zin ook buiten het witte scherm kan laten gelden. Een hele andere kant van Clooney kregen we dit jaar ook te zien, namelijk de zichzelf niet zo serieus nemende melige Clooney in The Men Who Stare at Goates en zijn maffe ‘rol’ als Mr. Fox in The Fantastic Mr. Fox.
Als derde filmster die overeind bleef dit jaar, is daar Matt Damon. Al jaren is Damons naam verbonden met kwaliteit en ook dit jaar was dat het geval, alhoewel we daar in Nederland nog maar een deel van hebben mogen zien. Hier kwamen namelijk alleen Invictus en Green Zone in de bioscoop en op de films True Gritt en Hereafter (die in de Verenigde Staten dit jaar al wel draaiden) moeten we nog een paar maandjes wachten. Invictus en Green Zone zijn over het geheel genomen geen instant klassiekers, maar Damon wist zich in beide films positief te profileren. In Invictus had hij de ondankbare rol te verschijnen naast Morgan Freeman als Nelson Mandela en in Green Zone had hij de vergelijkingen met de Bourne-films die hem dwars zaten. De in het buitenland al erg positief ontvangen en hierboven genoemde films van respectievelijk regisseurs Joel en Ethan Coen en Clint Eastwood zullen Matt Damons ster alleen maar verder doen rijzen.
2010 bleek dus een jaar waarin de oude garde aan filmsterren verder afbrokkelde, waarin nieuwe sterren zich (nog) niet konden bewijzen, maar waarin een drietal acteurs tussen alle vallende sterren stand hielden, oftewel: the last men standing.

