

Door Julius Koetsier
22/07/2012
De evolutie van de Disneyprinses
Cinderella
Cinderella (Assepoester) is wat dat betreft niet veel beter: ook zij schrobt en boent met veel plezier alles wat ze op haar pad kan vinden. En ook zij is een uiterst passief personage: het is haar magische peetmoeder die haar op pad stuurt naar het bal waar ze haar prins zal ontmoeten, en het zijn de vriendelijke huismuizen die er uiteindelijk voor zorgen dat deze prins haar na het bal weer weet te vinden.
Die prins, trouwens, is nog saaier en persoonlijkheidslozer dan die in Sneeuwwitje. De enige scène waarin hij een hoofdrol speelt, is die waarin hij een generiek liefdesduet met Assepoester zingt. Dit is tevens het enige moment in de hele film waarop we zijn stem horen. Meestal zien we hem vanuit de verte, en horen we anderen over hem praten: we zien zijn vader zijn verlangen uiten dat zijn zoon in het huwelijksbootje stapt, en we zien Assepoester hem verheerlijken in dromerige staarscènes. Deze prins is geen persoon, maar een geromantiseerd concept: niet een prins, maar De Prins. Opnieuw is de boodschap: meisjes, wacht maar lekker af tot die Prins je komt halen.
Roald Dahl schreef een geslaagde parodie op het sprookje in zijn bundel "Revolting Rhymes", waarin Assepoester ontdekt dat haar geromantiseerde prins een door onthoofdingen geobsedeerde maniak is, en uiteindelijk met een jam-maker trouwt. Kijk, dát is een mooi rolmodel.
























